Diagnose

Dementie wordt vastgesteld na een aantal onderzoeken. De arts werpt zijn klinische blik, er volgen neuropsychologische testen, een MRI-scan en in sommige gevallen wordt ook het hersenvocht -verkregen via een ruggenprik- in het laboratorium onderzocht.

Eerst naar de huisarts

Het vaststellen van dementie is niet eenvoudig, er zijn veel onderzoeken nodig om de diagnose te kunnen stellen. De meeste patiënten komen eerst terecht bij de huisarts. Deze stelt vragen aan de patiënt en aan mensen uit de directe omgeving en verricht bloed- en urine-onderzoek om andere zaken (bijvoorbeeld verkeerd medicijngebruik of een depressie) uit te sluiten. Door deze gesprekken en onderzoeken kan de huisarts een goed beeld krijgen van de situatie. De arts kan de patiënt vervolgens doorverwijzen naar een specialist of besluiten dat het beter is om nog even af te wachten.

Oorzaak en vorm van dementie vaststellen

Na doorverwijzing doet een specialist neurologisch en neuropsychologisch onderzoek. Na uitgebreid onderzoek kan de specialist de diagnose dementie al dan niet bevestigen. Blijkt het om dementie te gaan, dan kan de specialist ook de oorzaak en de vorm vaststellen. Het is belangrijk om de diagnose te stellen, dat kan een hoop onrust wegnemen. Bovendien kan na de diagnose eventueel gestart worden met passende medicatie om de symptomen te bestrijden. Door een vroege diagnose kunnen patiënten nog zaken regelen voor de toekomst, iets wat in een later stadium van de ziekte steeds moeilijker wordt.

Doe mee met onze onderzoeken

Niet alleen de generaties na u hebben baat bij gedegen medicijnonderzoek, ook voor u als patiënt zijn er voordelen. Tijdens het onderzoek krijgt u namelijk optimale begeleiding, wordt het ziektebeeld goed gemonitord en u kunt baat bij hebben bij de eventuele werking van het nieuwe medicijn.

Interesse? Meld u aan bij het Brain Research Center.

Aanmelden